31 januari 2025 | B1 Niveau
Oefen de woordenschat met deze Quizlet flashcards:
"Laten" is een belangrijk werkwoord in het Nederlands met verschillende betekenissen:
1. Laten = toestaan, permitteren (позволять)
• Mijn ouders laten me laat thuiskomen.
Мои родители позволяют мне поздно приходить домой.
2. Laten = iets door iemand anders laten doen (заставлять, просить сделать)
• Ik laat mijn haar knippen bij de kapper.
Я стригусь у парикмахера (дословно: заставляю стричь мои волосы).
3. Laten = achterlaten, niet meenemen (оставлять)
• Ik heb mijn tas in de auto laten liggen.
Я оставил свою сумку в машине.
4. Laten we... = voorstel doen (давай/давайте)
• Laten we naar de bioscoop gaan!
Давай пойдём в кино!
Vul het juiste vorm van "laten" in. Let op de tijd en de context!
1. Gisteren heb ik mijn auto wassen bij de garage.
2. we vanavond pizza bestellen!
3. Mijn moeder me niet alleen naar het feest gaan.
4. Hij heeft zijn portemonnee thuis liggen.
5. Ik mijn hond elke dag uit door de buurjongen.
6. Ze de kinderen in de tuin spelen. (verleden tijd)
Herschrijf de volgende zinnen. Gebruik het werkwoord "laten" in je antwoord.
1. De kapper knipt mijn haar morgen.
→ Ik ...
2. Mijn vader staat niet toe dat ik 's nachts alleen buiten loop.
→ Mijn vader ...
3. We kunnen naar de bioscoop gaan! (Maak een voorstel)
→ ...
4. Ik heb mijn sleutels op tafel achtergelaten.
→ Ik heb mijn sleutels op tafel ...
5. De monteur repareert mijn fiets vandaag.
→ Ik ...
6. Zij hebben de deur openstaan. (verleden tijd)
→ Zij hebben de deur ...